|
In 1990 schreef de Amerikaan Philip Zimmermann een computerprogramma waarmee bestanden
(tekstfiles maar ook andere bestanden) zodanig kunnen worden versleuteld, dat
ontcijfering nagenoeg onmogelijk is zonder dat men over een bepaalde code
beschikt. De betrouwbaarheid stijgt ver uit boven die van conventionele
encryptie. Bovendien kan met PGP (Pretty Good Privacy) een document van een zgn.
electronische handtekening worden voorzien, waarmee kan worden aangetoond dat
het inderdaad (ongewijzigd) afkomstig is van de genoemde afzender.
Dit alles is geen overbodige luxe in het tijdperk van netwerken en
electronische post. Hackers (computerkrakers) maar ook netwerk- en
systeembeheerders kunnen, vaak zonder enige belemmering, de bestanden van
anderen inkijken. E-mail wordt verzonden via een store- and
forwardprincipe: deze berichten worden tijdelijk opgeslagen op harde
schijven, en zijn daar vrij gemakkelijk zichtbaar voor de blikken van
kwaadwillenden die de weg weten te vinden.
PGP, dat inmiddels voor meerdere soorten computers (VAX-VMS, IBM-MVS, PC,
Amiga, Mac, Unix etc.) beschikbaar kwam, is gratis. Een aantal overheden, met
name de Amerikaanse en Franse, vinden het echter geen prettig idee dat burgers
op de electronische snelweg over hetzelfde briefgeheim zouden kunnen beschikken
als waar zij in de fysieke wereld recht op hebben. In de Verenigde Staten was
encryptie op het niveau van PGP daarom zelfs onder de strategische
goederen gerangschikt: uitvoer was verboden. Hierdoor werd het praktisch
onmogelijk om PGP van buiten de States van een Amerikaanse server af te halen.
Het proces dat door de Amerikaanse overheid tegen Phil Zimmermann was
aangespannen, is uiteindelijk - na jaren gesleept te hebben - afgelast. Maar de
diverse overheden (waaronder zowel de Amerikaanse als de Nederlandse!) hebben
hun plannen om encryptie op enig zinvol niveau te verbieden dan wel de sleutels
bijna letterlijk in eigen hand te houden, nog absoluut niet opgegeven.
Bij PGP beschikt de gebruiker
over twee codes: een private (secret) key en een public key. Dit
paar behoort bij elkaar, en beide sleutels kunnen afzonderlijk (of tegelijk)
worden gebruikt om een bestand te versleutelen. Uit de public key kan -
bij de huidige stand der techniek - niet de private key worden afgeleid.
Het spreekt vanzelf dat men de private key niet aan anderen ter hand moet
stellen, en liefst op een floppy dient te bewaren (dus zeker niet op een
harddisk die deel uitmaakt van een netwerk). Maar bovendien kan men de
toegang tot die geheime sleutel nog beveiligen met een wachtwoord,
waardoor anderen - mochten zij die floppy in handen krijgen - nog niet veel met
die sleutel kunnen beginnen. Het is dus sterk aan te raden om van deze extra
beveiligingsmogelijkheid gebruik te maken.
De private key is dus een bestandje op disk. Men kan meerdere
van die geheime sleutels hebben (erg logisch is dit niet). Die geheime sleutel
(c.q. alle geheime sleutels) zitten op een zgn. secret key ring,
gewoonlijk genaamd SECRING.PGP.
Zo geheim als uw private key dient te blijven, zo wijdverbreid moet uw
public key zijn. Daar zijn manieren voor. De
public keys van anderen verzamelt u op uw public key ring,
gewoonlijk geheten PUBRING.PGP. Ook uw eigen publieke sleutel maakt daar deel
van uit.
Hoe werkt nu dit systeem?Met de
public key van een ander versleutelt u een bestand, dat alléén door die
ander mag worden ontcijferd. Deze gebruikt hiertoe zijn private
key. (Het originele - nog niet versleutelde - bestand heet in het jargon een
plain text file, ook als het om een binair bestand gaat. Ook de weer
ontcijferde file heet aldus).
Met uw eigen private key signeert u een bestand waarvan moet
vaststaan dat het inderdaad van ù afkomstig is. De ontvanger controleert
dit door uw public key op het bestand los te laten. PGP meldt dan (of
niet!) dat het bestand gesigneerd is met ùw secret key. Uw public
key moet daartoe wel op de key ring van de ontvanger aanwezig zijn. Indien
PGP inderdaad bevestigt, dat het bericht met uw secret key
is getekend, betekent dit tevens dat het bericht daarna door een ander
niet gewijzigd is.
Zelfs een combinatie van beide technieken is mogelijk: u
versleutelt een bestand met de public key van de ontvangende partij,
zodat alleen díe het bestand kan ontcijferen, en u signeert het bestand
tegelijkertijd ook nog eens met uw eigen private key als bewijs dat u en
niemand anders de afzender van deze file bent.
Public Key Esperanto WBT
|